maandag 29 oktober 2007

quique amavit, cras amet

Ze zijn kort en rond of lang en blond. Ze zijn gekleed in grijze pantalons met een messcherpe vouw en donkerblauw fluwelen jasjes. Ze dragen allemaal een gewoon ongecoördineerd overhemd uit hun eigen collectie en géén stropdas. Ze zijn stuk voor stuk uiterst Brits, beschaafd, met zelfspot en humor. Ze kunnen praten, ze staan op een podium, ze zíjn er, en vooral kunnen ze zingen. Ze zijn balsem voor de ziel en peper in je oor. Ze sissen en spetteren, zoemen, kletteren en maken soms een muur en dan weer een flinterdun blaadje van geluid. Ze zijn er al decennia en ze zijn met zijn zessen, hoewel er in totaal 19 geweest zijn. Ze heten David, Chris of Stephen. Ze zijn de King's Singers.

Ze zongen Engelse madrigalen. Ze zongen dingen die wij óok zongen, als Mockingbird Thrill, lang geleden. Heel vreemd om je eigen partij te horen door een counter. Zo hoorde het, toen de muziek geschreven werd. Het klinkt grappig, soms kaal, soms scherp, en ook - als je niet kijkt en vergeet dat het een man is, gewoon precies goed. Ze zongen Poulenc, mijn favoriet voor recenter kamerkoorrepertoire, en nog wel een selectie uit de Huit Chansons. Met het CM kamerkoor gezongen. Onze Franse uitspraak is beter, voor de rest zijn de KS natuurlijk altijd je meerdere. Maar dan: Pilons l'orge door mannen gezongen... dat kan écht niet. Poulenc verder is breekbaar en fijnzinnig en af en toe dronkemansgelal.

Dan een werk speciaal geschreven voor de King's Singers: Cartography van John McCabe. Met een terugkerend refrein:

'Cras amet qui nunquam amavit;
Quique amavit, cras amet'

Drie Spaanse stukken, het laatste een zogenaamde 'ensalata': een spectaculaire mix van seculier en religieus, van Spaans - of was het Catalaans? - en Latijn. Langzaamaan komen er steeds meer grapjes voorbij, mimiek, gebaren.

En dan gaan de lessenaars weg. Tijd voor close harmony. Daar zijn ze natuurlijk eigenlijk voor. Het bestaansrecht van de King's Singers. Close harmony, het cabaret van de muziek. Het enorme podium is bijna leeg maar de zaal is tot de rand gevuld met geluid. De zaal geniet. Het is té snel voorbij - maar de toegift (Nella vecchia fattoria - de Italiaanse variant op Old McDonald, met een respectievelijk mekkerende en balkende countertenor, een miauwende tenor, een knorrende en een blaffende bariton en een toeterende bas) is goud waard.

2 opmerkingen:

Willem D. zei

Wat een prachtige, haarscherpe recensie. Het refrein in de Cartography (Cras amet qui numquam amavit, quique amavit cras amet) komt uit de Pervigilium Veneris, een anoniem Latijns lentegedicht op Venus uit de 2de eeuw. Heeft McCabe die hele tekst gebruikt, of alleen dit refrein? Kun je je overigens nog het concert van de King's Singers herinneren, vele jaren geleden in de Anton Philipszaal? Groeten!

madhat zei

McCabe baseerde zich op een gedicht van Jo Shapcott. Dat gebruikt alleen dit als refrein, de strofen zijn Engelstalige regels over de grenzen van Engeland. Ze beschrijven een reis langs Hadrian's Wall en Offa's Dyke.